Jezus, de weg, de waarheid en het leven
Wanneer we willen onderzoeken hoe betrouwbaar het Nieuwe Testament is, zijn er slechts drie opties mogelijk:
- het Nieuwe Testament is volledig verzonnen. Ondanks de wijsheden of leerzame lessen die er in de boeken van het
Nieuwe Testament staan, mogen de boeken niet als historisch betrouwbare documenten worden gezien.
- het Nieuwe Testament bevat enkele verifieerbare waarheden waardoor er sprake is van enige vorm van historische
betrouwbaarheid. Het is daarom niet ondenkbaar dat ook andere delen van het Nieuwe Testament waar zijn, al is dit
niet noodzakelijk het geval.
- het Nieuwe Testament bevat alleen maar waarheden en is daarom volledig betrouwbaar.
Optie 1: Het Nieuwe Testament is volledig verzonnen
Om een antwoord te kunnen geven op de vraag of het Nieuwe Testament volledig verzonnen is, is het goed te beginnen
met de vraag wie de boeken van het Nieuwe Testament geschreven hebben. Hieruit kan namelijk voor een belangrijk deel
worden afgeleid welke motieven de schrijvers van deze boeken hebben gehad. Wanneer blijkt dat er geen enkel motief
is om de boeken van het Nieuwe Testament te verzinnen en tevens blijkt hoe nauwgezet de boeken zijn samengesteld,
is het acceptabel te concluderen dat de originele boeken van het Nieuwe Testament gebaseerd zijn op herinneringen
van ooggetuigen. Naast dit onderzoek is het noodzakelijk in kaart te brengen in hoeverre de boeken gedurende de eeuwen
van overlevering onveranderd zijn gebleven. In dat opzicht is het onderzoek naar de motieven in belangrijke mate
afhankelijk van het tweede. Toch wil ik voor het moment er even vanuit gaan dat gedurende de overleveringen geen
veranderingen zijn geweest in de teksten van het Nieuwe Testament. Hierop wil ik later wat uitgebreider ingaan.
Geschreven door leden van de joodse gemeenschap?
Het belangrijkste aanknopingspunt om te weten of leden van de joodse gemeenschap het Nieuwe Testament zouden kunnen
hebben geschreven is de Talmoed. Na de Tenach (het "Oude Testament") is de Talmoed het belangrijkste boek binnen het
jodendom. Dit boek dat van oorsprong een mondelinge leer is, kan worden onderverdeeld in:
- de Misjna (commentaren op de Tenach);
- de Gemara (commentaren op de Misjna).
Er is zowel een Babylonische als een Jeruzalemse Talmoed. Beide bevatten dezelfde Mishna, maar hebben verschillende
commentaren hierop.
[Zie:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Talmoed
]
Wat opvallend is, is dat er in de Talmoed relatief weinig wordt geschreven over Jezus, terwijl in het meesterwerk
"Annalen" van de Romeinse historicus Cornelius Tacitus (ca. 55-120 na Christus) duidelijk wordt vermeld dat Christenen
rond de tijd van de executie van Jezus veel onrust veroorzaakten in Judea: "...De man aan wie deze naam [de ‘Christenen’]
ontleend is, Christus, was onder de regering van Tiberius door de landvoogd Pontius Pilatus ter dood gebracht en,
hoewel dit verwerpelijke bijgeloof voor het moment onderdrukt was stak het toch weer de kop op, niet alleen in Judea,
de bakermat van dit kwaad...".
[zie
http://benbijnsdorp.info/ann15_42.html
of
http://www.allaboutthejourney.org/dutch/cornelius-tacitus.htm
of het werk van Gary R. Habermas, "The historical Jesus", Missouri, College Press Publishing Company, 1996, p. 188]
Met andere woorden, Jezus had in de tijd rond zijn executie een aanzienlijke groep volgelingen. Als Jezus binnen de
joodse gemeenschap een dermate opvallende rol heeft, waarom moet Jezus dan door de joodse gemeenschap worden gedood
en waarom wordt zijn naam dan relatief weinig genoemd in de Talmoed? De joodse gemeenschap schrijft in de Talmoed
niets over het veroorzaken van onrust, maar wel dat Jezus is veroordeeld voor het bedrijven van toverij, het verleiden
van Israël en het afleiden van God (zie: Baraita Bab. Sanhedrin 43a, wat niet later kan worden gedateerd dan ca. 220
na Christus): "Ze verhingen Yeshu op de sabbat van het Paasfeest. Maar veertig dagen lang ging er een boodschapper
voor hem uit (die riep), ‘Yeshu zal gestenigd worden omdat hij toverij bedreven en Israël verleid heeft en heeft afgeleid
van God. Laat eenieder die bewijs ten gunste van hem kan aanvoeren, naar voren komen en hem verdedigen.’ Toen er echter
niets gunstigs over hem gevonden werd, werd hij opgehangen op de sabbat van het paasfeest." De kruisiging van Jezus
en het feit dat er over Jezus weinig geschreven is in de Talmoed, laten zien dat de joodse gemeenschap zich op elke
mogelijke manier wilde afzetten tegen de leer van Jezus. Hoogstwaarschijnlijk omdat de spanning tussen Christenen en
orthodoxe Joden voor veel onrust zorgde en de joodse gemeenschap zo onafhankelijk mogelijk van Rome wilde blijven.
Aangezien Nieuw Testamentische boeken over de leer van Jezus hier geen positieve bijdrage aan leveren, eerder een
negatieve bijdrage, kan het daarom worden uitgesloten dat de boeken van het Nieuwe Testament door leden van de joodse
gemeenschap zijn geschreven.
Geschreven door Romeinen?
Ook de Romeinen hadden geen enkel belang bij het creëren van onrust in een deelgebied van het Romeinse Rijk. Niet alleen
stonden de eerste Romeinen negatief ten opzichte van het christelijk geloof (wat blijkt uit de christenvervolging in Rome),
ook zouden er dan onnodig Romeinse legers moeten worden ingezet om onrust de kop in te drukken terwijl de Romeinen er
juist op uit waren om een zo groot mogelijk gebied te bezetten. Hieruit kunnen we concluderen dat het Nieuwe Testament
ook niet is geschreven door de Romeinen.
Geschreven door (onbekende) groepering met politieke motieven?
De vraag die hier centraal staat is of het Nieuwe Testament is geschreven door een onbekende politieke groepering of
door een christelijke groepering die door middel van leugens, overdrijvingen of een dubbele agenda het evangelie aan
de man probeert te brengen. De hieronder staande argumenten laten zien dat ook dit alternatief afvalt:
- zou een politieke groepering hun boodschap verdacht en twijfelachtig maken door in Mattheus 28:11-15 te schrijven
dat het lichaam van Jezus ’s nachts door zijn leerlingen uit het graf is meegenomen toen de bij het graf aanwezige
soldaten sliepen?
- zou je in een tijd dat vrouwen een ondergeschikte rol hadden, schrijven dat het een vrouw of een groep vrouwen
was die Jezus na Zijn opstanding voor het eerst had gezien als je zo overtuigend mogelijk probeert over te overkomen?
(zie: Mattheus 28:1-11)
- je zou dan over het christelijk geloof geen negatieve reclame maken door in Korintiers 1:18-28 te schrijven dat
het evangelie dat je verkondigt in de ogen van de wereld dwaas is of direct al mensen willen ontmoedigen door in
Korintiers 1:10-13 te schrijven dat het leven van Christenen ontzettend zwaar is: "Wij zijn dwaas omwille van
Christus, terwijl u dankzij Christus zo geweldig wijs bent; wij zijn zwak, terwijl u zo geweldig sterk bent; u
staat enorm in aanzien, terwijl wij worden veracht. Tot op de dag van vandaag lijden we honger en dorst, hebben we
nauwelijks kleren, worden we mishandeld, zijn we dakloos, zwoegen we voor ons eigen brood. Worden we bespot, dan
zegenen we; worden we vervolgd, dan verdragen we het; worden we beledigd, dan antwoorden we vriendelijk. Tot op
dit ogenblik zijn wij het uitschot van de wereld, het uitvaagsel van de mensheid."
- zou je dingen over Jezus schrijven die je aan het twijfelen kunnen brengen over of Jezus wel de Messias is?
- In Mattheus 11:21 zegt Jezus: "Wee Chorazin, wee Betsaïda, want als in Tyrus en Sidon de wonderen waren gebeurd
die bij jullie gebeurd zijn, dan zouden de inwoners van die steden zich allang in een boetekleed hebben gehuld en met
stof op hun hoofd tot inkeer gekomen zijn."
- Jezus kon in zijn eigen vaderstad maar weinig wonderen verrichten (zie Mattheus 13:54-57): "Hij kwam aan in zijn
vaderstad en gaf de bewoners onderricht in hun synagoge, zodat ze stomverbaasd waren en zeiden: ‘Hoe komt hij aan die
wijsheid en hoe kan hij die wonderen doen? Hij is toch de zoon van de timmerman? Maria is toch zijn moeder, en Jakobus
en Josef en Simon en Judas, dat zijn toch zijn broers? En wonen zijn zusters niet allemaal bij ons? Waar heeft hij dat
alles dan vandaan?’ En ze namen aanstoot aan hem. Maar Jezus zei tegen hen: ‘Nergens wordt een profeet zo miskend als
in zijn eigen stad en in zijn eigen familie.’ En hij verrichtte daar niet veel wonderen, vanwege hun ongeloof."
- In Johannes 6 staat geschreven dat Jezus in de synagoge van Kafarnaum tegen zijn toehoorders zegt dat zij Zijn lichaam
moeten eten en Zijn bloed moeten drinken om eeuwig leven te hebben. Vervolgens staat er in Johannes 6:60-66: "Veel
leerlingen die het gehoord hadden zeiden: ‘Dit zijn harde woorden, wie kan daarnaar luisteren?’ Jezus wist wel dat zijn
leerlingen protesteerden en zei tegen hen: ‘Ergeren jullie je hieraan? Maar als jullie nu de Mensenzoon zouden zien
opstijgen naar waar hij eerst was? De Geest maakt levend, het lichaam dient tot niets. Wat ik gezegd heb is geest en
leven. Maar sommigen van jullie geloven niet.’ Jezus wist namelijk vanaf het begin wie er niet geloofden en wie hem
zou uitleveren. ‘Daarom heb ik jullie gezegd,’ zei hij, ‘dat iemand alleen bij mij kan komen als het hem door de Vader
gegeven is.’ Toen trokken veel leerlingen zich terug en gingen niet verder met hem mee."
- Marcus 3:20-22 vertelt ons dat de verwanten van Jezus vonden dat Hij zijn verstand was verloren en dat de schriftgeleerde
uit Jeruzalem dachten dat Jezus bezeten was door een demon: "Hij [Jezus] ging terug naar huis, en weer verzamelde zich
een menigte, zodat ze zelfs niet de kans kregen om te gaan eten. Toen zijn verwanten hiervan hoorden, gingen ze op weg
om hem, desnoods onder dwang, mee te nemen, want volgens hen had hij zijn verstand verloren. Ook de schriftgeleerden die
uit Jeruzalem gekomen waren, zeiden: ‘Hij is bezeten door Beëlzebul,’ en: ‘Dankzij de vorst der demonen kan hij demonen
uitdrijven.’"
- Tijdens een gesprek met Farizeeërs, stelt Jezus aan hen een paradoxale vraag over hoe de Messias van David af kan
stammen: "Nu de Farizeeën om hem heen stonden, stelde Jezus hun deze vraag: ‘Wat denkt u over de messias? Van wie is
hij een zoon?’ ‘Van David,’ antwoordden ze. Jezus vroeg: ‘Hoe kan David hem dan, geïnspireerd door de Geest, Heer noemen?
Want hij zegt: "De Heer sprak tot mijn Heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand, tot ik je vijanden onder je voeten heb
gelegd.’" Als David hem dus Heer noemt, hoe kan hij dan zijn zoon zijn?’ En niemand was in staat hem een antwoord te
geven, noch durfde iemand hem vanaf die dag nog een vraag te stellen." (Mattheus 22:41-45) In Mattheus 1:1
staat: "Overzicht van de afstamming van Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham." en in Mattheus
1:20-21: "De engel zei: ‘Jozef, zoon van David, wees niet bang je vrouw Maria bij je te nemen, want het kind dat ze
draagt is verwekt door de heilige Geest. Ze zal een zoon baren. Geef hem de naam Jezus, want hij zal zijn volk bevrijden
van hun zonden.’" Als Jezus dus afstamt van David, hoe kan Jezus dan de langverwachte Messias zijn?
Voor degenen die een antwoord willen op de vraag die Jezus stelt: aangezien niet alleen Adam maar ook
Jezus door de Heilige Geest is verwekt, wordt David gezien als een latere generatie van Jezus. Daarom kan David Jezus
Heer noemen. Aangezien Jozef een afstammeling is van David en Jozef niet de biologische vader is van Jezus, kan Jezus
alleen een afstammeling van David zijn doordat Jozef Jezus aanneemt of adopteert als zijn wettelijke zoon. Ondanks dit antwoord,
zou je als politieke groepering eerder geneigd zijn om lastige vragen zoveel mogelijk achterwege te laten.
- In Marcus 2:5-7 staat dat Jezus ervan wordt beschuldigd godslasterlijke taal te hebben gesproken: "Bij het zien
van hun geloof zei Jezus tegen de verlamde: ‘Vriend, uw zonden worden u vergeven.’ Er zaten ook een paar schriftgeleerden
tussen de mensen, en die dachten bij zichzelf: Hoe durft hij dat te zeggen? Hij slaat godslasterlijke taal uit: alleen
God kan immers zonden vergeven!" Zou je dit verwachten van een Messias?
- Vlak voordat Jezus aan het kruis Zijn laatste adem uitblaast, schreeuwt Jezus uit tot God: "Mijn God, mijn God,
waarom hebt u mij verlaten?" (Marcus 15:34)
- wanneer je de boeken van het Nieuwe Testament als propagandamateriaal wil gebruiken, dan heb je er alle belang bij
om zoveel mogelijk haast te maken met het verspreiden van de boodschap. In de eerste plaats, omdat je als politieke groepering
in zo’n spannende omgeving en periode van christenvervolging niet het risico wil lopen om op te vallen en opgepakt/geëxecuteerd
te worden. Ten tweede, omdat de volgelingen van Jezus dan nog de bevlogenheid van Jezus hebben om het evangelie onder
het volk te verkondigen. Wat dan in het oog valt, is dat het Nieuwe Testament zeer uitvoerig geschreven is (dat wil zeggen:
uit een groot aantal bladzijden bestaat) en veel onbelangrijke details bevat. Dit laat zien dat het schrijven van de boeken
een weloverwogen en langdurige actie is geweest. Een zeer uitgebreid deel van de evangelieverkondiging gaat namelijk over
de lijdensweg, executie en opstanding van Jezus. Zonder in te leveren op de duidelijkheid en aannemelijkheid van de boodschap,
had dit veel korter gekund. Ook hadden zonder problemen veel korte verhalen, vergelijkbare wonderlijke gebeurtenissen of
onbelangrijke details kunnen worden weggelaten. Een paar van de details die op zich niets toevoegen aan de vertelling, zijn:
- Regelmatig staat er geschreven dat Jezus zich van zijn leerlingen afzondert om alleen te bidden (zie: Mattheus 14:23, 26:36,
Marcus 1:35, Lucas 5:16, 6:12).
- Johannes 4:2 vermeld dat Jezus niet zelf doopte maar dat zijn leerlingen dit deden.
- in Marcus 14:47 staat dat tijdens de arrestatie van Jezus in het hof van Getsemane een omstander het oor van een dienaar van
de hogepriester met een zwaard afsloeg en in Marcus 14:51-52 dat een jongeman in een linnen kleed bij Jezus wilde blijven,
maar toen hij vastgegrepen werd het linnen kleed achterliet en naakt wegvluchtte.
- wanneer Jezus Zijn kruis naar Golgota draagt wordt de man Simon van Cyrene, de vader van Alexander en Rufus, aangehouden en
gedwongen om Jezus te helpen met het dragen van het kruis. (zie: Mattheus 27:32, Marcus 15:21 en Lucas 23:26)
- in Johannes 19:19-22 staat dat aan het kruis van Jezus een inscriptie in drie talen werd bevestigd: "Pilatus had een
inscriptie laten maken die op het kruis bevestigd werd. Er stond op ‘Jezus uit Nazaret, koning van de Joden’. Het stond er
in het Hebreeuws, het Latijn en het Grieks, en omdat de plek waar Jezus gekruisigd werd dicht bij de stad lag, werd deze
inscriptie door veel Joden gelezen. De hogepriesters van de Joden zeiden tegen Pilatus: ‘U moet niet "koning van de Joden"
schrijven, maar "Deze man heeft beweerd: Ik ben de koning van de Joden".’ ‘Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven,’
was het antwoord van Pilatus."’
- wanneer Jezus aan het kruis hangt krijgt Jezus op een gegeven moment zure wijn aangeboden. (zie: Mattheus 27:48, Marcus
15:36, Lucas 23:36 en Johannes 19:29)
- Johannes 20:3-7 vermeld hoe het linnen doek dat het gezicht van de gestorven Jezus bedekte opgerold was en afgezonderd lag
van de andere doeken: "Petrus en de andere leerling gingen op weg naar het graf. Ze liepen beiden snel, maar de andere
leerling rende vooruit, sneller dan Petrus, en kwam als eerste bij het graf. Hij boog zich voorover en zag de linnen doeken
liggen, maar hij ging niet naar binnen. Even later kwam Simon Petrus en hij ging het graf wel in. Ook hij zag de linnen
doeken, en hij zag dat de doek die Jezus’ gezicht bedekt had niet bij de andere doeken lag, maar apart opgerold op een
andere plek."
- in Johannes 21:25 noemt de schrijver zeer beknopt dat Jezus nog vele wonderen verrichtte en dat dat teveel zou zijn om
op te noemen: "Jezus heeft nog veel meer gedaan: als al zijn daden, een voor een, opgeschreven zouden worden, zou de wereld,
denk ik, te klein zijn voor de boeken die dan geschreven moesten worden."
- Handelingen 15:36-39 verteld dat de apostelen Paulus en Johannes Marcus onenigheid krijgen en dat ze daarom niet samen
op zendingsreis gaan: "Niet lang daarna zei Paulus tegen Barnabas: ‘Laten we teruggaan naar alle steden waar we het
woord van de Heer hebben verkondigd, om te zien hoe het daar met de leerlingen gaat.’ Barnabas wilde ook Johannes Marcus
meenemen, maar Paulus voelde daar niets voor, omdat hij hen in Pamfylië in de steek had gelaten en niet langer had
deelgenomen aan hun zendingswerk. Een en ander leidde tot grote onenigheid, zodat ze uit elkaar gingen en Barnabas samen
met Marcus naar Cyprus vertrok."
- een gevangenbewaarder die zelfmoord wilde plegen en later om een fakkel vroeg en naar binnen rende (zie: Handelingen
16:23-29): "Nadat ze [Paulus en Silas] een groot aantal slagen hadden gekregen, werden ze opgesloten in de gevangenis,
waar de gevangenbewaarder opdracht kreeg hen streng te bewaken. Overeenkomstig dit bevel bracht hij hen naar de binnenste
kerker en sloot hun voeten in het blok. Om middernacht waren Paulus en Silas aan het bidden en zongen ze lofliederen voor
God. De andere gevangenen luisterden aandachtig naar hen. Plotseling deed zich een hevige aardschok voor, zodat de
gevangenis op haar grondvesten trilde; alle deuren sprongen open en bij iedereen schoten de boeien los. De gevangenbewaarder
schrok wakker, en toen hij zag dat de deuren van de gevangenis openstonden, trok hij zijn zwaard om zelfmoord te plegen,
want hij dacht dat de gevangenen ontsnapt waren. Maar Paulus riep hem luidkeels toe: ‘Doe uzelf niets aan, we zijn immers
nog allemaal hier!’ De bewaarder vroeg om een fakkel, rende naar binnen en viel bevend voor Paulus en Silas op de grond."
- ondanks dat (vroegere) kerkvaders er baat bij kunnen hebben gehad om over dubieuze onderwerpen woorden in de mond van
Jezus te leggen, toch vertonen de boeken van het Nieuwe Testament hier geen enkele tekenen van.
- hoe kan het dat dergelijk uitgebreide boeken met een (tijdelijk) politiek doel, zo goed in elkaar zijn gezet dat het
de academische wereld tot in de 21e eeuw bezighoudt?
Geschreven ter vermaak?
Een andere mogelijkheid is dat de boeken van het Nieuwe Testament zijn geschreven met als voornaamst doel de lezers te
vermaken. Dit zou niet alleen het gebruik van veel symboliek verklaren, maar ook het uitgebreide karakter van de boeken
(waaronder de grote hoeveelheid van onbelangrijke details) en de eenheid tussen de verschillende boeken van het Nieuwe
Testament onderling. De belangrijkste vraag die je bij dit alternatief kan stellen, is of je ter vermaak van je lezers
wel je eigen leven op het spel wil zetten. Omdat de Nieuwe Testamentische boeken veel historisch verifieerbare feiten
bevatten rondom de kruisiging van Jezus, kan het niet anders dan dat de boeken na de executie van Jezus zijn geschreven.
Verder kan door de brieven die de eerste kerkvaders (de Apostolische Vaders) rond het einde van de eerste eeuw schreven
en hun citaten uit de boeken van het Nieuwe Testament worden uitgesloten dat deze boeken pas na de christenvervolging
zijn geschreven. Wanneer je als schrijver weet dat Jezus is geëxecuteerd door de leer die Hij verkondigde en wanneer
je als schrijver eveneens kan weten dat de volgelingen van Jezus vervolgd werden, zou het dan gedurende de lange tijd
dat je bezig bent met het schrijven van de boeken geen moment bij je opkomen dat je je eigen doodsvonnis aan het tekenen
bent? Het is natuurlijk mogelijk dat deze schrijver in een gebied heeft gewoond waarin Christenen niet werden vervolgd,
maar hoe zou hij dan aan zijn informatie over Jezus komen? Bovendien, welke lezer zou ter vermaak zijn leven op het
spel willen zetten door deze boeken in zijn bezit te hebben? Dus welke doelgroep heeft de schrijver dan op het oog?
Andere argumenten die dit alternatief ondermijnen:
- hoe kan het dat de schrijver niet in staat is een eenduidig karakter van Jezus weer te geven? De beschrijvingen
over Jezus zijn soms zo tegenstrijdig dat deze gewoonweg niet verzonnen kunnen zijn. Een voorbeeld hiervan betreft de
opstanding van Lazarus in Johannes 11:1-44. Jezus wist van tevoren dat Lazarus zou sterven en weer zou opstaan. Waarom
moest Jezus dan toch huilen wanneer Hij bij het graf van Lazarus aankwam? Bij een verzonnen verhaal zou zeker niet genoemd
zijn dat Jezus zou huilen, aangezien Jezus vier dagen eerder vol vertrouwen was over een goede afloop. Dat mensen vooraf
niet huilen bij het overlijden van iemand en op de begrafenis wel kan natuurlijk komen door de verdrietige sfeer die er
hangt, al is er wel verschil ten opzichte van Jezus. Jezus hoefde namelijk geen afscheid te nemen van Lazarus omdat Hij
wist dat Lazarus opgewekt zou worden uit de dood. En dat het niet zozeer de sfeer is die Jezus verdrietig maakt, wordt
duidelijk wanneer we in Marcus 5:22-43 lezen over de dood van een meisje. Ook hier rouwden de mensen om het verlies van
het kind. Jezus zegt dan vervolgens op onverwachte toon tegen hen: "Waarom maken jullie zo’n misbaar en huilen jullie?"
Hierna wekt Jezus het meisje tot leven.
- door het opnemen van een geslachtsregister, het leven van Jezus in een voornamelijk joodse omgeving weer te geven en
het verwijzen naar de profetieën in het Oude Testament, wil de schrijver duidelijk maken dat Jezus joods is en een afstammeling
van Abraham. Aangezien het binnen het jodendom belangrijk is de wetten in acht te nemen die Mozes van God heeft gekregen en heeft
opgeschreven, is het toch wel opvallend te noemen dat Jezus bepaalde joodse gebruiken niet in acht neemt of een nieuwe
draai geeft.
- In Mattheus 5:38 staat namelijk: "Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: "Een oog voor een oog en een tand voor een
tand." En ik zeg jullie je niet te verzetten tegen wie kwaad doet, maar wie je op de rechterwang slaat, ook de linkerwang
toe te keren."
- Wat ook bijzonder is, is dat Jezus ter dood wordt veroordeeld door een uitspraak die Hem tijdens een
rechtszitting wordt ontlokt en niet omdat er ten minste twee getuigen waren die er voor hadden gezorgd dat Jezus naar de
rechtszitting moest komen. (zie Mattheus 26:57-66) Dat dit wel gebruikelijk is blijkt uit Johannes 8:17-18: "In uw wet
staat geschreven dat het getuigenis van twee mensen betrouwbaar is. Wel, ik getuig over mezelf, en de Vader die mij
gezonden heeft, getuigt over mij.’"
- Wat we ook regelmatig lezen is dat Jezus op sabbat mensen geneest, en verder dat zijn leerlingen op sabbat aren plukten
(Mattheus 12:1 en Marcus 2:23), iets waar Farizeeën en schriftgeleerden aanstoot aan namen.
- Ondanks dat het Joden
verboden was om met niet-Joden om te gaan, was Jezus regelmatig te vinden onder de niet-Joden (Johannes 4:7-42), waar Hij
ook genezingen verrichtte. (Mattheus 15:27 en Lucas 17:11-19). Misschien wel daarom dat Jezus op een gegeven moment door
de Joden vergeleken werd met een Samaritaan. (Johannes 8:48)
- Ook was het Joden verboden om onreine mensen aan te raken.
Toch raakt Jezus een onreine man aan om hem te genezen (Mattheus 8:2-3): "Er kwam iemand naar hem toe die aan huidvraat
leed. Hij wierp zich voor hem neer en zei: ‘Heer, als u wilt, kunt u mij rein maken.’ Jezus strekte zijn hand uit, raakte
hem aan en zei: ‘Ik wil het, word rein.’ En meteen was hij gereinigd van zijn huidvraat."
- Verder mogen Joden volgens de wet van Mozes geen bloed eten. Toch zegt Jezus in Johannes 6:54:
"Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en hem zal ik op de laatste dag uit de dood opwekken."
- als het een verhaal is over het leven en de evangelieverkondiging van Jezus, waarom wordt er dan zo uitvoerig ingegaan
op de tijd rondom de dood van Jezus?
- waarom moeten zoveel eenzelfde genezingswonderen worden genoemd? Mist de schrijver bepaalde creativiteit als het gaat
om het bedenken van variaties hierin?
Geschreven door ooggetuigen?
Wanneer elk van de bovengenoemde alternatieven afvalt, blijft als het goed is alleen nog de optie over dat de boeken van
het Nieuwe Testament zijn geschreven door mensen die geloof hadden in de boodschap en bereid waren voor deze boodschap
te sterven. De schrijvers waren ooggetuigen of mensen die direct contact hadden met ooggetuigen die als leerlingen van
Jezus tot in detail over het leven van hun leraar konden vertellen. Deze ooggetuigen wisten details te vertellen die
grotendeels door niet-christelijke bronnen (zoals de werken van Cornelius Tacitus en Flavius Josephus) historisch geverifieerd
kunnen worden.
De onrust in Judea die rond de kruisiging van Jezus ontstond (wat duidelijk wordt uit het tekstfragment van de Romeinse
historicus Tacitus) laat zien dat Jezus een grote groep volgelingen had. Het is daarom niet ondenkbaar dat er onder een
paar Christenen op een gegeven moment het idee ontstond om uit de vele verhalen (al dan niet in notitievorm) een boek te
schrijven over het leven, de dood en opstanding van Jezus. Aangezien Jezus dingen deed (wonderen) of zei (wat duidelijk
wordt uit de felle discussies met Farizeeën en schriftgeleerden) die opvielen, is het niet vreemd dat mensen deze dingen tot in detail
weten te onthouden. Des te meer geldt dit wanneer in aanmerking wordt genomen dat weinig mensen in de tijd van Jezus
konden lezen en schrijven en er daarom sprake was van een vertelcultuur. Veel dingen werden met elkaar mondeling gedeeld. Daardoor bleef
de herinnering in het geheugen actueel. Tegenwoordig hoeven we dingen niet meer zo te onthouden, omdat we ze opschrijven.
We trainen onze hersenen dus minder om ervaringen te onthouden. De manier waarop wij dingen herinneren kunnen we dus niet
vergelijken met hoe dat vroeger ging. Daarnaast trokken de leerlingen van Jezus gedurende drie jaar intensief met Jezus op.
In die tijd zal Jezus veel hebben gezegd en hebben herhaald. Ook al zou hier maar een fractie van bij zijn gebleven, toch
zou dit voldoende materiaal geven voor het schrijven van de Nieuw Testamentische boeken.
De vele genezingswonderen die vandaag de dag gebeuren (zoals ledematen die tijdens een genezingsdienst langer worden,
mensen die van blindheid genezen of geen last meer hebben van hun gehoor, en nog diverse andere), maken het voor ons
gemakkelijker aan te nemen dat de leerlingen van Jezus ooggetuigen waren van wonderlijke gebeurtenissen. Een tekstfragment
van de joodse geschiedschrijver Flavius Josephus (37-100 na Chr.) geeft ons vanuit een buitenbijbelse bron inzicht dat Jezus
inderdaad wonderen verrichtte: "Nu was daar omstreeks die tijd Jezus, een wijze man. Hij deed wonderlijke werken, een
leraar van mensen die de waarheid met blijdschap aannemen. Hij trok tot zich velen van de Joden en velen van de heidenen.
En toen Pilatus, op aandringen van vooraanstaande mannen onder ons, hen tot het kruis veroordeeld had, lieten degenen die
hem eerst hadden liefgehad, hem niet in de steek. Zij vertelden dat hij aan hen verschenen was na zijn kruisiging en dat
hij leefde; in overeenstemming daarmee was hij misschien de Messias over wie de profeten wonderlijke dingen verteld hebben.
En de stam van de Christenen, die zo naar hem genoemd is, is tot op deze dag niet uitgeroeid."
[zie
www.st-impact.nl/
of
http://www.allaboutthejourney.org/dutch/flavius-josephus.htm
]
Het bovenstaande tekstfragment van Josephus laat verder zien dat Jezus een wijze man was en zijn leer verkondigde aan
Joden en niet-Joden. Uiteindelijk is Jezus onder Pilatus aan het kruis gestorven en is Hij weer aan Zijn leerlingen verschenen.
Sceptici zullen wellicht inbrengen dat deze tekst door Christenen is aangepast en dat de verschijning van Jezus aan Zijn
leerlingen niet is gebeurd. Wat dan wel een bijzondere toevalligheid is, is dat we met grote zekerheid vast kunnen stellen
dat het graf van Jezus leeg was. De volgelingen van Jezus leefden namelijk in een tijd waarin ze konden weten of het graf
van Jezus al dan niet leeg was. Aangezien Christenen in die tijd vervolgd werden en zware straffen kregen, is het
onwaarschijnlijk dat niemand van de grote groep Christenen de moeite heeft genomen zich ervan te verzekeren dat het graf
van Jezus inderdaad leeg was en dat zijn geloof gegrond is. Dat het christelijk geloof uitgegroeid is tot een wereldreligie
bevestigt dat geen enkele Christen in die tijd het dode lichaam van Jezus heeft gezien of heeft zien liggen. Zou hij deze
wel hebben gezien, dan had hij niet langer geloofd in de opstanding van Jezus en had dit twijfels gebracht bij de anderen.
Deze zekerheid over het lege graf wordt alleen maar groter wanneer we beseffen dat in geen enkel historisch document
geschreven staat dat het graf van Jezus niet leeg was. Nu kunnen er diverse redenen zijn waarom het graf, nadat het
lichaam van Jezus erin is gelegd, weer leeg was. De vraag is alleen: wie zou dit kunnen hebben gedaan? Om dezelfde redenen
als hierboven staan, kunnen we uitsluiten dat de Joden en de Romeinen het lichaam van Jezus uit het graf hebben gehaald en
hebben gezwegen over een mogelijk nieuwe graf. Voor de rust in het land was het beter geweest wanneer zoveel mogelijk mensen
zouden weten dat het lichaam van Jezus nog in hun handen was. Ook is het niet aannemelijk dat de leerlingen van Jezus het
lichaam hebben gestolen, aangezien het juist zij waren die ondanks de christenvervolging vast bleven houden aan hun
overtuiging dat Jezus was opgestaan. Niemand zou willen sterven voor iets waarvan men zou weten dat het een leugen was.
Dan blijft er nog over dat het lichaam van Jezus door een onbekende groep mensen uit het graf is gestolen.
Het vreemde is dan alleen dat
er geen melding bekend is dat iemand deze actie ooit heeft opgeëist. En ook is het vreemd dat de leerlingen van Jezus ervan
overtuigd waren dat Jezus was opgestaan. Zou dit komen omdat de leerlingen Jezus zelf weer levend hebben gezien na zijn
graflegging, of omdat zij het lege graf zagen en tot de conclusie kwamen dat Jezus dan wel moest zijn opgestaan? Het laatste
is waarschijnlijk het meest aannemelijk. Toch is het vreemd dat wanneer mensen een leeg graf aantreffen meteen tot de conclusie
komen dat het niet anders kan zijn dan dat er leven in het lichaam is gekomen en de betreffende persoon vervolgens het graf
uit is gegaan. Vooral omdat dit een nauwelijks voorkomend gebeuren is (de Bijbel vermeld er slechts een paar van).
Waarom anders wordt door veel mensen betwijfeld
dat Jezus is opgestaan? Het enige wat dan voor de hand ligt, is dat Jezus heeft aangekondigd dat Hij weer zou opstaan voordat
Hij aan het kruis stierf. Ook al zou een onbekende groep mensen het lichaam van Jezus uit het graf hebben gestolen, dan blijft
het toch wel zeer bijzonder dat Jezus van te voren wist dat Zijn lichaam niet in het graf zou blijven.
Hoe dan ook, veel van de dingen die op schrift zijn gesteld door de schrijvers van de Nieuw Testamentische boeken kunnen
worden geverifieerd door de Talmoed en door historici als Tacitus en Josephus. Daarom kunnen we weten dat het Nieuwe Testament
niet volledig verzonnen of onwaar is of alleen maar symbolisch moet worden gelezen. Het vervolgonderzoek richt zich dan ook
op de vraag: hoe betrouwbaar is het Nieuwe Testament?
Optie 2 en 3: Het Nieuwe Testament is in bepaalde mate dan wel volledig betrouwbaar
Omdat het eerste alternatief afvalt, gaat het nu om de vraag hoe betrouwbaar het Nieuwe Testament werkelijk is. Hoe kunnen
we weten dat de originele boeken van het Nieuwe Testament gedurende de eeuwen onveranderd zijn gebleven? In de komende tijd
hoop ik over dit onderwerp een artikel op deze website te zetten. Voor geïnteresseerden die nu al meer hierover willen lezen
wil ik verwijzen naar het boek "Gefundeerd geloof" van Rob van de Weghe. Hierin behandelt hoofdstuk 11 het grote aantal
manuscripten (25.000 oudheidkundige documenten), de brieven van de eerste kerkleiders, credo’s in het Nieuwe Testament en
de canonvorming van het Nieuwe Testament. Op basis hiervan concludeert Rob van de Weghe dat het Nieuwe Testament verreweg
het meest betrouwbare oudheidkundige geschrift is dat we vandaag de dag kennen. Deze informatie vindt u ook online op webpagina
http://www.windmillministries.org/frames/NL-CH11A.htm